Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind  Leende   

Google
WWW hei-heg-hoogeind.dse.nl

Ziekenvoeding
Start Omhoog Inhoudsopgave Zoeken in site  

Start
Omhoog


 

 


Ziekenvoeding, naar het boek "Kookboek N.C.B." 1956


Bronvermelding:  "Kookboek N.C.B. 1956 eerste druk 1934"       (Aangepast en bewerkt door de webbeheerder)


 

 ZIEKENVOEDING

De 10 geboden bij de ziekenvoeding zijn: (1956)

1. Houdt U stipt aan de raad van de dokter. Meestal moet door een bepaald dieet de ziekte overwonnen worden.
    De dokter moet op ons kunnen vertrouwen.

2. Koop eerste kwaliteit levensmiddelen.

3. Maak het eten zo zindelijk mogelijk klaar. Zieke mensen zijn heel kieskeurig.
     Doe voor het klaarmaken een schone schort aan. Zorg voor kortgeknipte nagels. Ook voor schone pannen.
    Kook voor zieken liefst in kleine pannetjes. Maken we gehakt voor zieken aan, maal het dan zelf.

4. Zorg voor veel afwisseling. Maak daarom ook kleine hoeveelheden klaar, zodat de volgende dag geen resten
    opgewarmd moeten worden. Laat het eten voor de zieke een verrassing zijn.
    Kook daarom nooit in de ziekenkamer. Ook niet, omdat dit de lucht onfris maakt.

5. Geef de zieke licht verteerbaar voedsel. Daarom jong mager vlees en magere vissoorten.
    Gebakken en vette spijzen zijn voor zieken te zwaar verteerbaar. Geef ze veel pappen en vruchten.
    Verder frisse puddingen bv. citroen~ pudding, griesmeel~ of maÔzenapudding met gestoofde vruchten of bessensap.
    In plaats van wit brood, kunnen we geroosterd brood geven; dit is gemakkelijker verteerbaar.

6. Dien het eten netjes op en in kleine porties. Neem voor zieken een verwarmd bord, dan blijft het eten op temperatuur.
    Zieken hebben niet veel eetlust. Houd hier rekening mee. Zet het eten op een blaadje, zet de zieken gemakkelijk
    rechtop in bed en geef hen een servet of schone handdoek.

7. Zieken mogen geen scherpe specerijen hebben, zoals peper, nootmuskaat, mosterd enz.

8. Geef zieken de maaltijden op tijd. De maag werkt dan geregeld en ze hebben tijd voor een middagdutje.

9. Geef, hetgeen de zieke niet opeet, nooit aan de andere huisgenoten.

10. Was alle eetgerei van de zieke apart af met kokend sodawater.



Tracht bij zieken de eetlust op te wekken door een half uur voor de maaltijd een kopje bouillon te geven.


Frisse dranken voor zieken

Neem bij voorkeur vruchtensappen of eigengemaakte limonade. Citroenkwast is zeer belangrijk door het hoge gehalte aan vitamine C. Alle zieken, maar vooral koortsige patiŽnten hebben veel vitamine C nodig. Verfrissend is ook een glaasje mineraalwater, met of zonder suiker. In de vruchtentijd kunnen we frisse dranken maken door vruchten, bv. aardbeien, bessen of frambozen fijn te maken, deze over te doen in een glas, vermengen met een lepel suiker en aanvullen met mineraalwater of ijskoude melk. Geef in de winter sinaasappelsap met water en suiker.


Stoppend voedsel

Droge rijst in water gekookt met bosbessensap.  

Kippensoep: Zet een magere soepkip op met 1 liter water en 2 lepels rijst. Kook dit zachtjes 2 uur en zeef de bouillon.
    In plaats van kip, kan men voor deze soep ook kalfsvlees gebruiken.

 Bosbessensap: Week 2 ons gewassen bosbessen een uur in 1.5 dl water. Laat ze in het weekwater 0.5 uur trekken.
    Meng 1 lepel gerstemeel aan met water en voeg het bij de bosbessen.
    Laat de pap 10 min. koken en roer er 1.5 lepel suiker door.

Beschuit met slappe thee zonder melk en suiker.

Kastanjes met appelen: Pel de kastanjes af en kook ze gaar in water met een beetje zout. Giet ze af en hak ze heel fijn.
    Roer er een paar lepels room door. Doe de kastanjes op een schaaltje en geef er appelmoes bij.

Gerstemeelpap met rode wijn. Breng 2 dl water aan de kook. Meng 3.5 lepel gerstemeel aan met 1 dl koud water.
    Voeg dit onder flink roeren bij het kokende water en laat de pap 10 min. alroerende koken.
    Neem ze van het vuur en roer er 2 lepels rode wijn, 1 lepel suiker en iets zout door.

Cacao met rode wijn: Breng 0.5 kopje water aan de kook. Vermeng 2 lepel, cacao met I lepel suiker en strooi dit in
    het kokende water. Laat het even koken. Voeg 2 kopjes rode  wijn toe, breng het weer aan de kook en
    doe het kloppende  bij een eidooier. In plaats van gewone cacao kan men ook eikelcacao nemen.


 Laxerend voedsel

Vruchten: Vers en gestoofd. Maak ook vruchtenvla's. Groenten: Gebruik veel groenten, vooral rabarber.

Soepen: Aardappelsoep, zuringsoep, groentesoep.

Pappen: Karnemelkse pap met bloem of gort met pruimen. Gebruik in plaats van wit brood grijs brood.


Voedsel met hoge voedingswaarde

Gebruik vooral eiwit~ en vitaminerijke voeding. Maak alles voedzamer door toevoeging van boter, room en eieren,
    doch overdrijf niet; dikte betekent nog geen gezondheid.

Zorg voor voldoende bouwstoffen.
Gebruik veel groenten, vruchten, vlees en vis (mager)
    en weinig room, ijs, mayonaise, koek, jam, suiker, spek, vet, snoeperij en alcohol.


Schijnvoedsel (voor mensen die te dik zijn)

Soepen: Gebruik niet te veel soep, geen erwten~ en bonen≠soep. Gebruik in de soep geen vermicelli, boter, vet en bloem.
     Maak voor afwisseling magere soep met verschillende groenten.

Aardappelen: Geef deze niet te veel. Niet als puree en geen gebakken aardappelen.  

Groenten: Stoof ze niet met boter of met een melksausje.
    Zet ze direct op met een beetje bouillon, of stoof ze met bouillon op.

Slasausje: Maak dit van een gesnipperd uitje, zout, peper, mosterd en een eetlepel azijn. Doe hierin de gewassen en
    uitgelekte sla. Gebruik geen slaolie. In plaats van azijn kan men ook karnemelk nemen.

Vruchten: Stoof ze met weinig suiker. Laat het vocht in ēē dampen, in plaats van het te binden.

Vlees: Bak of braad dit liever niet, omdat er dan teveel vet of boter wordt gebruikt. Was het vlees en zet het op met
    kokend water, zout, een stukje foelie, worteltjes en peterselie. Kook het vlees zachtjes tot het gaar is.
    Voeg wat citroensap of tomatenpuree bij de saus en bind ze met sago.

Nagerechten: Maak bv. Bluf. Geef veel fruit. Appelsoufflť: Kook appelmoes en vermeng dit met weinig suiker.
    Roer er een heel stijf geklopt eiwit door. Giet de massa nu vlug in een vuurvast schoteltje en zet het een kwartier in de oven.

Vruchtenschuim: 0.5 liter vruchtensap, 3 lepels griesmeel. Breng het vruchtensap, al of niet verdund met water aan
    de kook. Strooi er roerende de griesmeel in en laat het 10 min. doorkoken. Doe de dunne pap in een schaal en
    klop met een houten lepel 0.5 uur tot ze schuimig is geworden. Geef dit schuim met vanillesaus.
    Gebruik geen suiker in koffie en thee en zo weinig mogelijk suiker, stroop, jam, chocolade, koekjes, limonade en ijs.

Gebruik veel groenten en vruchten.



Enkele recepten voor verschillende ziekten

Hierbij dient in acht genomen te worden, dat het algemene recepten zijn en men het beste voor iedere zieke, de dokter kan raadplegen.


a. Suikerziekte.

Hierbij is een teveel aan suiker in het bloed. Daarom mogen veel lijders aan suikerziekte, geen suiker gebruiken en heel weinig meelspijzen. De hoeveelheid brood, aardappelen en andere levensmiddelen die per dag opgenomen mag worden, wordt door de dokter nauwkeurig voorgeschreven. De hoe≠veelheid groente is groot. Raadzaam is om voor iedere dag een portie rauwe groenten te gebruiken omdat dit het volume van de maaltijd vergroot en daardoor het hongergevoel bestrijdt.

Bij de broodmaaltijd bruin brood met boter, eieren, vlees, kaas, vis, pindakaas, vruchten en groenten.

Het middagmaal kan bestaan uit soep, gebonden met eidooier in plaats van bloem en vermicelli; vlees,
    voorgeschreven hoeveelheid aardappelen, groenten nagestoofd met boter of room;
 

Nagerechten zonder suiker of zetmeelhoudend bindmiddel, als:

Wentelteefjes van aleuronaatbrood: 2 sneetjes brood, 2 eieren, 0.5 dl room, 20 gram boter, iets saccharine.

Amandelpudding: 4 eidooiers, 3 eiwitten, 50 gram gemalen amandelen, iets bakpoeder en iets saccharine,
    40 gram boter, 10 gram geraspte beschuit. Roer de boter tot room, voeg de eidooiers, het bakpoeder en de
    saccharine toe. Roer zolang tot het mengsel schuimig is. Doe de amandelen en de gestampte beschuit erbij en
    het laatst het stijfgeklopt eiwit. Doe de massa in een beboterde vorm en kook deze 1 uur au~bain~marie.

Wijnsaus: (bij amandelpudding ): Kook 1.5 dl witte bessenwijn met pijpkaneel. een citroenschilletje en een beetje saccharine.

Citroenpudding: Maak ze op de gewone manier, maar neem in plaats van suiker saccharine.

Eierpudding (zoete eiergelei): Maak de pudding op de gewone manier, maar vervang suiker door saccharine.

Pannenkoek van aleuronaatmeel: 2 eieren, I.5 dl room, 1 lepel aleuronaatmeel, 20 gram boter, iets saccharine, zout.
    Klop de eieren met wat saccharine, roer er het aleuronaatmeel door en dan de room en het zout.
    Bak van dit deeg pannenkoeken in boter aan weerskanten lichtbruin.
    Hierbij kunnen gestoofde vruchten gegeven worden of appelmoes zonder suiker.


b. Nierziekte

Deze patiŽnten mogen geen zout gebruiken. Levensmiddelen waarin zout voorkomt, zoals brood, margarine, kaas, vlees, vis, (haring), bouillonblokjes, groenten uit het zout, mogen niet gebruikt worden. Brood, boter en kaas zijn zoutloos verkrijgbaar en anders moeten we zelf brood bakken en de boter in water uitkneden.

 Het eten kan smakelijker gemaakt worden door:

a. gebruik te maken van natuurlijke kruiden, zoals selderij, peterselie, ui, tomaat, citroen:

b. aardappels gebakken of in pureevorm te geven, de laatste b.v. als croquetten, aardappelkoekjes of
    door aardappels in de schil te koken en daarna te pellen:

c. bij voorkeur zoete groenten te geven, zoals worteltjes, bieten, rode kool. snijbonen, doperwten:

d. groenten zoveel mogelijk rauw te geven of te koken met weinig water. Hierdoor blijft de natuurlijke smaak beter
    behouden waardoor het zoutloze dieet toch nog smakelijk kan zijn.


 c. Galstenen en leverziekten

Hierbij wordt alle vet verboden, ook boter. Zelfs het vet van de melk is al te veel. Geef geen koffie.
    Meestal mogen deze zieken ook geen aardappelen en eieren hebben. Wel karnemelkse pap, zure sla en zure haring.


d. Bleekzucht

Deze ziekte kan het best overwonnen worden door heel flink te eten. Veel eieren en vlees, vooral biefstuk, gebruiken en heel veel groenten, vooral spinazie. Lever is erg goed, rauw is het beste.


e. Rheumatiek (reumatiek)

Voor reumapatiŽnten moet men zorgen dat zijn afvalstoffen niet zuur zijn.
Voedingsmiddelen die een grote zuurrest geven zijn: organen, hersenen, klieren (zwezerik), erwten, bonen, noten, extractiefstoffen,
koffie en cacao.

Een zuurrest geven: vlees, wild en gevogelte, kaas, brood en vetrijke producten.

Geef daarom een rheumapatiŽnt weinig of geen van deze voedingsmiddelen en ook geen overmatige voeding.
Maak bij zijn dieet gebruik van aardappels, groenten, vruchten en melk want deze geven geen zuur maar een alcalischasgehalte.


f. Maagkwaal

Zorg voor kleine porties en licht verteerbaar voedsel. Veel warme melk, room en boter gebruiken daar deze het maagzuur binden. Wees zeer zuinig met thee, koffie, alcohol en bouillon.
 


   naar het begin


 

einde