Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind  Leende   

Google
WWW hei-heg-hoogeind.dse.nl

Hebrideanschapen
Start Omhoog Inhoudsopgave Zoeken in site  

Start
Omhoog


 

 



Hebridean of Saint Kilda schaap

Maatschap van Rijsingen-Keijsers gaat het van oorsprong Schotse schapenras Hebridean inzetten bij het beheer van natuurgronden.

 Sinds afgelopen zaterdag loopt een kleine kudde van 8 schapen op een perceel van Brabants Landschap dat door de maatschap wordt
 beheerd om te kijken of ze daarmee de “probleemonkruiden” beheersbaar kunnen krijgen.

Volgens de literatuur eten deze schapen ook distels, brandnetels, zuring, bramen etc. en zouden ze zelfs zonder dat ze daar nadeel
van ondervinden het voor paarden en rundvee giftige jacobskruiskruid kunnen eten.

Of deze bovenstaande eigenschappen ook in de praktijk naar voren komen gaan we nu testen.

Als het in de praktijk blijkt te werken, zijn er grote mogelijkheden voor dit ras.

 Verder heeft het vlees van dit schapenras een zeer specifieke “wild”smaak zodat het in de toekomst in samenwerking
met een restaurant een specialiteit kan worden op de menukaart.

 De schapen gefotografeerd een dag na aankomst: Zomer 2006


foto's Peter v Rijsingen zomer 2006


Achtergrond informatie: Hebridean of Saint Kilda schaap

De herkomst is de eilandengroep Hebridean, die liggen ten westen van Schotland. Het behoort tot de
oudste schapenrassen in de U.K.
Ze zijn zeer populair als parkschaap. Het is een zeldzaam ras. Ze hebben 2 tot 6 horens, die links en rechts symmetrisch zijn.
Het is een hard schaap dat kan overleven op arme grond. De Hebridean kan standweiden goed verdragen.

Oorsprong :

De Hebridean behoort tot de groep van de Noord-West Europese kortstaartschapen. Het ras heeft eeuwenlang geleefd
als half gedomesticeerd schaap in de Schotse Highlands en op de Western Islands (Hebrideneilanden).
De oorsprong is onduidelijk.
Er zijn argumenten die wijzen in een afstamming van een prehistorisch Schots meerhoornig ras.
De overeenstemming met de hoornstructuur van geiten wijst hierop. Daarnaast  is er de positie van de opening in het dijbeen
die lager ligt in de beenschacht dan bij moderne rassen. Maar andere bronnen veronderstellen echter ook
directe invloed van het schaap dat de Noormannen meebrachten.
Deze stelling wordt momenteel het sterkste verdedigd door de Brittish Hebridean of St Kilda- Society. Meerhoornigheid is in elk geval
terug te vinden op uiteenlopende plaatsen waar Vikings eertijds settelden: van Noord-Schotland tot op de Canarische eilanden.
Ook de meerkleurigheid van het oorspronkelijke ras, wat we nog terugvinden bij Shetlandse en IJslandse en oude Scandinavische 
rassen kunnen wijzen in die richting.

De Hebridean is net als de meeste dieren die eeuwen geleden leefden, geen strikt eenvormig ras.
In een kudde komen duidelijke verschillen naar voor tussen de individuen. Dit komt door de veelzijdigheid aan genenpotentieel
die een rijkdom is, die zich vertaalt in enerzijds uiterlijke verschillen maar anderzijds ook in een grotere capaciteit
om zich aan verschillende omstandigheden aan te passen.
Er zijn duidelijke raskenmerken zoals de zwarte kleur, de hoornstructuren bij rammen en ooien,
moederkwaliteiten, bestendigheid tegen veel voorkomende ziektes, structuur en kwaliteit van het vlees, voedingsgedrag, …,
maar er zijn ook uiteenlopende verschillen in vorm, wolkwaliteit, gedrag, ...

Het zijn geen gewone “grazers” maar “browsers”.
Dit betekent dat ze niet stationair hun voedsel zoeken, maar voortdurend “trekken” zoals hertachtigen en ook geen zuivere graseters zijn.
Hun dieet bestaat uit verschillende gras-en kruidachtigen, maar evenzeer uit boomopslag, bladeren en twijgen
van allerlei bomen en struiken, ook al hebben die scherpe pinnen of bezitten die een hoge concentratie aan stoffen
die wij als giftig catalogiseren. Zo eten ze bramen (met de jonge ranken), kruiskruid, diverse harde grassen zoals buntgras, russen,  
bochtige smele en pijpenstrootje

 De volgende eigenschappen maken Hebrideans zo bijzonder geschikt voor natuurbeheer.

  • Hun verregaande autonomie en weerstandsvermogen
  •  hun browservermogen
  • het feit dat ze bij het lammeren geen hulp nodig hebben

 

Kenmerken van de Hebridean:

De Hebridean is een kleiner schaap dan de rassen die wij hier gewoon zijn. Ooien wegen rond de 40/45 kg en rammen 50/60 kg.
Ze hebben een fijn maar stevig beenderstel. Dit compenseert verregaand hun beperkt lichaamsgewicht.
Mee hierdoor hebben ze een zeer goede verhouding tussen vleesopbrengst en slachtverlies per dier.

De dieren geven absoluut geen indruk van zwaarlijvigheid omdat ze bijzonder weinig vet aanmaken.
Volwassen dieren halen zelden een betere karkasscore dan 3. De kwaliteit van het vlees is echter zeer exceptioneel.
Het bezit een zeer laag cholesterolgehalte. De aanwezige vetten zijn in grote mate polionverzadigde vetten.
Daarom kan het vlees doorgaan als dieetvlees. Het is ook donkerder van kleur en bezit een aparte smaak die naar wild neigt.
In de mate dat deze dieren op natuurgronden leven, wordt dit laatste natuurlijk nog versterkt. 

De benen zijn naar verhouding lang en vrij dun, in het bijzonder onder de knie. Ze hebben kleine hoeven van uitzonderlijk
harde beenstof. Het lijf is nogal lang voor een dier van deze grootte en heeft een stevige romp. De rug is niet doorgezakt.

De kop geeft een edele, verfijnde indruk. Gezonde dieren stralen kracht en fierheid uit.
Oren zijn nogal klein en staan horizontaal ingeplant. Er staat weinig of geen wol op het voorhoofd.
Ramsneuzen kunnen sommige dieren een nog stoerder uitdruk geven.

Zowel mannelijke als vrouwelijke dieren zijn gehoornd.

Het hoornstelsel kan bestaan uit twee, vier of zes hoorns.
Waar ooien een stevig hoornstelsel opbouwen is dit bij rammen gewoon indrukwekkend.
Bij tweehoornigen hebben de mannetjes spiraalhoorns die 1¼ -de  krul maken.
De tweehoornige ooien hebben hoorns die eerst licht naar achter groeien om daarna wat breder uit te gaan,
vergelijkbaar met sommige geitenrassen.
Hun hoorns krullen niet echt door maar buigen achterover en gaan daarna ietwat naar buiten.
Hoornen die zeer breed uitgroeien worden weg geselecteerd.
Meerhoornige schapen hebben een koppel hoorns dat vanuit de schedel omhoog groeit. Beide hoorns staan apart in de schedel ingeplant.
Er moet zowat een duimbreedte tussen zijn. Dit voorkomt infecties aan de inplanting in de schedel, wanneer de hoorns later tot
stevige en compacte massa uitgroeien. Bij sommige rammen worden dit twee spiesen van zeker 35 cm lang!
Meestal echter groeien die hoorns wat meer naar voor of in de breedte uit, waardoor ze een iets minder gevaarlijke indruk geven.
In dit rechtopstaande koppel hoorns zitten soms afsplitsingen die dan leiden tot een vijfde en soms zesde hoorn.
Daarnaast spruiten twee krulhoorns net boven de oren uit de schedel. Ze groeien in een sierlijke krul naar beneden.


   naar het begin


einde