Plattelandsvereniging Hei, Heg & Hoogeind  Leende   

Google
WWW hei-heg-hoogeind.dse.nl

Knotten_Klotkuilen
Start Omhoog Inhoudsopgave Zoeken in site  

Start
Omhoog


 

 


HHH heeft wilgen geknot en klotkuilen schoongemaakt



Op zaterdag 12 december 2009, was de Werkgroep Natuurwerk weer aan het werk in de "De Pompen Eeuwsels"  en de "De Doling"
Er zijn daar enkele wilgen geknot (bij de familie van Nieuwland) en klotkuilen vrij gezet
langs ons natuurwandelpad.
Het was volgens de deelnemers weer een gezellige dag, waarbij met veel enthousiasme de natuur in Leenderstrijp
een stukje mooier is geworden en een stukje historie bewaard is gebleven voor het nageslacht.


KLOTKUILEN  (KLOTKULE)


                  De Dollinger Putten  in Leenderstrijp

Willem Iven schreef in zijn boek uit 1974:    "Lind dė is de sgonste plats"  "Natuur en landschap van Leende een Oost-Brabants dorp"                           
                           Hoofdstuk: "De natste plekskes zin 't aldersgonst",  Strijper heg en andere moerassen langs de beken

over de Klotkuilen onder andere:

"In de elzen broekbossen van De Goorste Putten, De Broeken, De Putten en De Dollinger Putten vinden we nog de sporen van de turfwinning uit klotkuilen. De verlanding verloopt hier geheel anders en veel langzamer dan in de plassen. De verlanding van de klotkuilen wordt mede in de hand gewerkt door bladeren en takjes van het omringende bos. In de verschillende putten treffen we o.a. aan: grote egelskop, gele lis, holpijp, lidrus, dotterbloem, wateraardbei, waterviolier, bitterzoet, wolfspoot, moeras walstro, engelwortel, zompzegge en enkele andere zeggesoorten. De samenstelling van de vegetaties wordt hier sterk bepaald door de hoeveelheid licht, diepte en afmetingen van de putten, en de beschutting van het elzenbroekbos."

KNOTBOOM
Enkele loofhoutsoorten, zoals wilg, populier, es, els, eik en linde, kunnen ook als knotboom worden behandeld. Daartoe wordt de jonge stam
op een hoogte van 2-3 meter afgekapt. De geknotte stam reageert daarop met de ontwikkeling van talrijke jonge scheuten,
die na 3-5 jaar kunnen worden geoogst, om vervolgens weer een nieuwe omloop te vormen. De meest voorkomende is de geknotte schietwilg (Salix alba),
bekend als knotwilg. Knotwilgen speelden vroeger een belangrijke rol in ons laag gelegen gebied.

Knotbomen waren belangrijk vanwege de regelmatige houtopbrengst, die onder meer bestond uit rijshout (dunne takken)
ten behoeve van waterbouwwerken, alsmede voor het maken van stoelen, manden, bonenstaken, heiningpalen en schopstelen.

Onder andere door de ruilverkavelingen en het gebruik van andere 
materialen is de aanwezigheid van knotwilgen langzamerhand sterk achteruitgegaan
en is deze karakteristieke boomvorm in ons gebied op vele plaatsen verdwenen  en verwaarloosd, doordat de vaak holle stammen de zware,
vele jaren doorgegroeide takken niet meer konden dragen.

Aanplant en verzorging van knotwilgen is een item waar onze vereniging Hei heg Hoogeind zich sterk voor inzet.
Knotwilgen leveren namelijk een grote bijdrage aan het biologisch evenwicht. Vooral op oudere exemplaren vormt zich vaak een kenmerkende begroeiing.
In het vermolmde, voedselarme hout op de koppen van de wilgen kunnen zich planten ontwikkelen die een duidelijke voorkeur
voor een dergelijk groeimilieu vertonen. Ook komen er allerlei vogels, (steenuilen) kleine zoogdieren en insecten op de knotwilgen af.

Bronvermelding  over de knotbomen (aangepast door de webbeheerder):  Landelijk Nederland encyclopedie van natuur en landleven  1983
 




  naar het begin


einde